3.2 Slapeloosheid

Slapeloosheid wordt gedefinieerd als “minstens driemaal per week slecht slapen gepaard gaande met slechter functioneren overdag, zoals moeheid, slaperigheid, prikkelbaarheid, verminderde concentratie en prestatie” [1]. Slapeloosheid komt voor bij ongeveer 90 % van de patiënten met slaapproblemen [1].


Risicofactoren [2]

  • Hogere leeftijd
  • Vrouwelijk geslacht
  • Co-morbide somatische aandoeningen
  • Psychiatrische aandoeningen
  • Nacht- of ploegendiensten werken


Diagnostiek

De diagnostiek van slapeloosheid bestaat voornamelijk uit de anamnese, eventueel aangevuld met een (door de patiënt in te vullen) slaapdagboek [1].





Bronvermelding

[1]      B. M. H. Knuistingh Neven A, Lucassen PLBJ, Bonsema K, Teunissen H, Verduijn MM, “NHG-Standaard Slaapproblemen en slaapmiddelen”, 2014. [Online]. Beschikbaar op: https://www.nhg.org/standaarden/volledig/nhg-standaard-slaapproblemen-en-slaapmiddelen. [Geraadpleegd: 31-mei-2019].

[2]      T. Roth, “Insomnia: definition, prevalence, etiology, and consequences.”, Journal of clinical sleep medicine : JCSM : official publication of the American Academy of Sleep Medicine, vol. 3, nr. 5 Suppl, pp. S7-10, aug. 2007.


Last modified: Tuesday, 24 September 2019, 9:51 AM